KeWa eBooks (11)

Bangkok is a real treasure trove of vintage delights, whether you are looking for a new/old outfit or a desk made from a 1950s Mercedes. There is nothing more fun than rummaging through racks and boxes to find something special and unique. The weekend train market (rot fai market) on Srinakarin Road makes for a fun evening out as well as offering the opportunity to purchase some weird and wonderful second-hand goods, Thonglor and Ekkamai have a host of vintage boutiques and there are also specialised shops selling old-fashioned cameras or ‘like-new’ 50s Thai movie posters. Here are our ten picks for those shopping for a slice of history.

Vlaanderen is het ware Bourgondië

DOOR: Onno Kleyn

 

Vlaanderens culinaire rijkdom wordt Bourgondisch genoemd. In werkelijkheid hebben de Bourgondiërs hun gevoel voor smaak en kwaliteit van de Vlamingen afgekeken.

De kip is mals, heerlijk hartig naast de prei, de wortel, de bleekselderij in de met ei gebonden roomsaus, en over alles groent geurige gehakte peterselie. Jazeker, dit is de Gentse waterzooi, en waar kun je die beter eten dan aan de waterkant van de Leie, waar ooit de handelsschepen aanlegden die de stad haar rijkdom bezorgden? Nu glijden er rondvaartbootjes tussen de rijk bebloemde kaden. Wij  hebben er vanochtend ook een zonnige tocht mee gemaakt, vanuit het centrum tot aan de resten van de Prinsenhof, waar in het jaar 1500 keizer Karel V geboren werd en waar hij later residentie hield. Zou hij een gerecht als waterzooi gegeten hebben?

Gentse Waterzooi. Foto: Antwerpen Toerisme en Congres

De culinaire rijkdom van Vlaanderen wordt dikwijls in verband gebracht met het oude Bourgondische hertogdom waar het deel van uitmaakte, en waarvan keizer Karel de Habsburgse erfgenaam was. Daar is veel voor te zeggen. Maar eigenlijk kunnen we het beter omdraaien: de Bourgondische keuken is eerder Vlaams dan omgekeerd. Vlaanderen was in de veertiende en vijftiende eeuw het rijke deel van het hertogdom en de hertogen verbleven dan ook juist hier, in Mechelen, Lille, Gent en Brugge.

Suiker en sop

De keuken van die tijd was duidelijk anders dan die van nu. Hartig en zoet werden niet gescheiden; er was geen dessert aan het einde van de maaltijd, althans geen opeenhoping van zoetigheid. Gangen waren er al evenmin. Of nee, ik zeg het fout. Gangen waren er wel degelijk, maar bestonden elk uit een grote variëteit aan schotels – zoiets als een buffet of een rijsttafel. Gerechten een voor een serveren is iets wat pas in de loop van de negentiende eeuw in zwang kwam. De oude Bourgondiërs – die dus dikwijls Vlamingen waren – snoepten van allerlei smaken door elkaar, en zoals gezegd: hartig en zoet stonden tegelijk op tafel.

Zoet kwam van fruit, honing of de toen nog bijzonder dure suiker, die uit verre landen rond de Middellandse Zee werd geïmporteerd. Suiker en specerijen werden aan het hof met gulle hand over hartige gerechten gestrooid, niet omdat men de smaak van twijfelachtig vlees wilde verhullen (wie anders dan de hertog kon zich het allerbeste, meest verse vlees veroorloven?), maar om de rijkdom te tonen.

Eten we middeleeuws als we in Brugge of Mechelen aan de waterzooi gaan, aan de stoverij met bier, de paling in ’t groen? Nou en of. Dit soort bereidingen kunnen we bijna ongewijzigd in middeleeuwse kookboeken terugvinden, ook al wilde men toen graag zaken toevoegen als kaneel, foelie en gedroogde gember, iets waarvoor we nu minder warmlopen (hoewel, wellicht moeten we het eens proberen?). Vlees en vis werden langzaam gegaard in geurige bouillon en dan dikwijls op een snee brood geserveerd. Die snede heette aanvankelijk de ‘sop’, een naam die later overging op de nattigheid waarin hij lag.

Franse invloed

De glorietijd van Vlaanderen eindigde in de Tachtigjarige Oorlog, toen de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden zich losmaakte. De Zuidelijke Nederlanden bleven onder Spaans-Habsburgs gezag en de welvaart verplaatste zich naar het noorden. Niet dat dat voor de culinaire opvattingen veel uitmaakte. Vanaf de zeventiende eeuw groeide de Franse invloed op alle culturele aangelegenheden, de keuken en de tafelmanieren incluis. Het Franse hof was het schitterendste van Europa. Daar werden de nieuwe smaken en kooktechnieken ontwikkeld, daar wist men hoe de burger, maar eerst nog de aristocraat, moest epateren.

In 1651 verscheen Le cuisinier françois van François de la Varenne, een toonaangevend werk dat vijftig jaar later vertaald werd uitgegeven als De geoeffende en ervaren keuken-meester, of de verstandige kok. Hierin werd voor het eerst saus gebonden met een ‘roux’ van bloem en vet. Fijne groenten als doperwtjes, asperges en artisjokken kwamen op tafel. En toen begon de zoetigheid op te schuiven naar het einde van de maaltijd. Vanuit Frankrijk kwamen in de eeuwen daarna de belangrijke nieuwigheden, zoals mayonaise en bearnaise, soufflés en bladerdeeg, waarmee onder andere de bouchée à la reine wordt gemaakt, nog altijd een gewaardeerd hapje in België.

De Spaanse Nederlanden werden in 1714 Oostenrijks, maar ook dat is niet terug te vinden in de keuken. In de negentiende eeuw was België eventjes onderdeel van Nederland, maar al in 1830 werd het een zelfstandige staat. De Franse haute cuisine regeerde in heel Europa en de Vlamingen lustten er wel pap van. Een rumsteak bearnaise? Komt u maar door. Tournedos Rossini dan, belegd met ganzenlever en overgoten met madeirasaus met truffel? Smakelijk! Deze exquise Parijse bereidingen gaven de toon aan.

Mosselen met friet

Onder die elitaire oppervlakte bleven de oude recepten bestaan, bij de gewone mensen thuis. Konijn met pruimen bijvoorbeeld, middeleeuws door het combineren van zout en zoet. Paling in ’t groen met handenvol verse groene kruiden. Bloedworst, die hier ‘zwarte pens’ heet. En er kwamen nieuwe dingen bij. Aardappelen bijvoorbeeld. Na hun ontdekking in het verre Amerika werden ze aanvankelijk alleen als veevoer gebruikt. Hongersnoden en veranderende opvattingen zorgden er echter voor dat in de loop van de achttiende eeuw de patatten ook de mensenmonden in gingen, eerst bij de arme boeren, later ook bij de burgerij.

Het frituren van reepjes aardappel is iets waarvan de oorsprong onduidelijk is. De Fransen claimen de uitvinding, maar waren het misschien toch de Belgen? Populair werd deze nieuwigheid pas aan het eind van de negentiende eeuw, toen de kosten van vet naar democratische waarden begonnen te dalen. In diezelfde tijd begonnen Vlamingen (en Nederlanders) hun stoverijen met aardappelen te stampen, met de ‘stoemp’ als resultaat.

Foto: Antwerpen Toerisme en Congres

En daar zitten we dan, dit keer aan de Meir in Antwerpen, achter mosselen met friet en daarbij een bolleke De Koninck – bier is immers de vloeibare trots van Vlaanderen. Die mosselen zijn de bovenstebeste uit Zeeland: de jumbo’s of imperials waar de Belgen grif voor betalen (de kleintjes gaan naar Nederland). De frietjes zijn gebakken in ossenwit, het vet dat er die kenmerkende Belgische smaak aan geeft. Straks nog een dame blanche toe, of een pêche melba? Klassieke Franse gerechten, maar hier kun je ze nog vinden; smaak en kwaliteit zijn het allerbelangrijkst. In Vlaanderen heerst nu eenmaal een andere attitude ten aanzien van eten. Men praat erover, men trekt gemakkelijker de portemonnee. Een erfenis van die oude Bourgondiërs? Welnee, die zijn hier de kunst komen afkijken, zoals ik al zei. Net zoals wij nu doen.

 

Van Onno Kleyn en zijn dochter, culinair historica Charlotte Kleyn, verscheen onlangs Luilekkerland – 400 jaar koken in Nederland(Amsterdam University Press).

PATHfinder guide: ART-photography

PathFinder-ART-insert-1

The subject of photography as a possible art form rewards thought. So so many pictures have been taken. So many times three-dimensional reality has been reduced to two dimensions. What does it all come to? Is it just desire, and hope, or dream triggering muscular responses and brain synapses; or can photographic images authored by humans sometimes result in art? Art is a filtration, order from chaos. A Jackson Pollock painting of the exceptional kind is, believe it or not; an example of order from chaos. Chaos is infinite. What didn’t he include? Filtration. Order from chaos. Art.

A characteristic of art is that it rewards more than once. A rereading, or a reviewing, or a relistening rewards again. And again. And again. And ten years later, again. A seemingly bottomless well you fall down, tumbling and spinning and reaching out to grasp the changing reality of the experience. Don’t worry, it is a smiling thing and you will be happy for the falling and the tumbling and the spinning. My personal epiphany of this fact was the novel Moby Dick by Herman Melville. Every rereading has presented me with a different aspect of a work of art. Has a beautiful woman ever been looked at just once?

Are great, exceptional photographic images like this; or are most of them in the one-and-done category? If the best picture you have taken and/or the best picture you have ever seen is in the one-and-done category than it is not art. Not a deal breaker, you will still have fun with your camera; but an important definition.

You see this all the time in photo gallery shows. One look and people keep walking. Easy to blame the ignorant viewer but remember, these are the people who came to the show. Maybe it is not all their fault if a picture does not make them stop, and stare, and look, and ponder; and then restare and relook and reponder. Maybe a better way to think of these gallery goers is that they are searchers. Searching for the image that will compel them to stop. Searching unknowingly or subconsciously for art. The pretty girl in the singles bars knows what she is doing. She is a searcher. She is searching for the man experience that will make her eyes dilate and her heart race. She is looking for the male work of art.

Do people look at your photographs twice? Three times? Four times? Do they remember your photographs and think about your photographs when they are no longer standing in front of them? Do they look at your photographs from different angles, or distances, or different light sources? Maybe that should be a part of the big photography equation: to ask yourself how many times viewers are going to relook at your picture before you take the picture. If you do not take the picture are you going to remember it tomorrow or is it already forgotten? Well, if it is already forgotten, maybe it was not worthy in the first place.

Michelangelo’s sculpture Pieta was not a walk-on-by or one-and-done when he completed it and he knew it. He had the certainty of an artist completing a masterpiece. Do any of your pictures give you that feeling of certainty? Yes, delusion counts. I know it sounds silly or charitable, but at least you are on the right track. If you have taken five hundred pictures and you cannot offer up one example of what I am talking about maybe it is time to ask yourself what you are doing.

Daniel Tammet in his book Thinking in Numbers says: “I am reminded of Nabokov’s view that we can never read a book: we can only reread it. “A good reader, a major reader, and active and creative reader,” says Nabokov, “is a rereader.” Initial readings, he explains are always laborious, a “process of learning in terms of space and time what the book is about, this stands between us and artistic appreciation.”

In other words, the first time someone sees one of your photographs all they can do is register its existence. It’s too soon for finessing the experience. Rods and cones are too busy sending information to the brain to be registered as data. It is only on the reviewing, and the looking again, and the repeated gaze that the viewer can recognize how you have filtered order from chaos, created art. But the first interruption of the viewers reality state has to be compelling enough to make someone look again, and again, and again. This may only happen in a second or a part of a second, but the repetition has to be there for the picture to receive the attention that it maybe deserves. With a beautiful woman it is called art. The older man calls it seduction. How about your photos? Are they seducing? Should you be thinking more about art?

Are you walking around the Kingdom with a camera in your pocket or hanging around your neck? Are you looking for details, themes, novelty, the pretty girl’s smile? I see stories in Thailand to be a story-a-day place. But what of photography? How come I am not lugging a camera around if I am so smart and clever and alert and so sensitive to my environment? Simple. For me, I know my limits. I can see or feel a story easily, not so easily a picture. It has taken me a long time to accept the fact that pictures can sometimes be art. It will probably take forever for me to delude myself that I can recognize two-dimensional art (pictures). If you can see pictures-as-art where I can not see pictures-as-art: I respect your abilities. I wish I could mine the Kingdom for photographic art.

An ex-pat Internet friend of mine sends me with regularity pictures of meals-food-place settings-eating as a marker of civilization. His use of the camera

to mark civilizations slog out of the muck and the mire to brighter, happier days is inspirational. Almost art. Beyond what I can do. The argument could be made that he is getting more out of the Thai experience than I am getting out of the Thai experience.

Today he sent me a food-place setting picture from Pai with middle ground of crops and plantings–background of mountains and sky. The foreground was the table and place setting with a nice vase full of wild flowers. Art? No, not quite. Very close and in my opinion maybe his best work. But the distance between almost art and photography in the Kingdom as art is a great gap for the spark to jump. I wish I could do what he can do. I wish I could mine the Kingdom for photographic art.

You can see on our web-site “Thai-Retreats” galleries from Thailand-based photographers who are specialists in “ART-photography”.

Switch to our section  “THAI ART-photography” to learn more.

Fotorol

Image result for argos vpro

Een Dutchbatter maakte foto’s van oorlogsmisdaden door de Serviërs in Srebrenica . Een belangrijke fotorolletje dat werd veilig gesteld door de militaire inlichtingendienst, maar vervolgens verprutst in het laboratorium van de marine. Argos sprak twintig jaar later opnieuw met alle hoofdrolspelers in dit verhaal: Ron Rutten, die de foto’s maakte, Henk van Boetzelaer, de laborant in het fotolab die de fout maakte en zijn chef, Arie Bleumink, chef van de inlichtingendienst en Peter Rutten, de recherche-chef van de marechaussee, die de zaak destijds onderzocht.
Hoe kijken zij er op terug? Is het rolletje per ongeluk mislukt of is het met opzet verknoeid?

Argos over een te fantastisch verhaal.; Presentatie: Max van Weezel.

Bouillon Restaurants

In France, a bouillon is a traditional (late 19th or early 20th century), spacious restaurant that usually serves traditional French cuisine, in particular a Bouillon (broth) which has provided the name for this class of restaurants. When invented, the concept was to serve good quality food fast and at affordable prices. And in more than a century, not much has changed. Today, the buildings of some bouillons are listed historical monuments.

The first bouillons appeared in 1855 thanks to an astute butcher, Pierre Louis Duval. He proposed a single dish of meat and a bouillon (soup/stock) to the workers of the market halls. In 1900, nearly two hundred and fifty bouillons could be found in Paris. They became the first popular chain of restaurants. Some other bouillons, more “upper-class”, offered a reading room or some entertainment.

Meanwhile, the charm of Art Nouveau spread through Europe, in architecture, furniture and decoration. The various World’s Fairs in Paris 1878, 1889, and 1900, accelerated its influence and the restaurants followed the trend. In 1903, the first Bouillon Gandon-Duval opened in an old restaurant converted by the owner and architect Edouard Fournier. In 1904, another bouillon with a luxurious Art Nouveau decoration was opened on Boulevard Saint-Germain. The architect was Jean-Marie Bouvier. Today, it accommodates the restaurant “Le Vagende” which is no bouillon.

It was with Louis Trezel that Edouard Chartier opened two further Bouillons Chartier in 1906: the Grand Bouillon Camille Chartier on Racine Street and the Bouillon Edouard Chartier on Montparnasse Boulevard. These restaurants showed the so characteristic Art Nouveau style : carved wood and ceramics, with mirrors and glass paintings. Nowadays in Paris, only a few authentic bouillons remain, such as the one of the Faubourg-Montmartre and in particular the one in Racine Street which has the most baroque style of Art Nouveau.

Until 1926, Camille Chartier remained the owner of the place. After being called Bouillon Ollé and Joussot, it was Mrs Launois who kept the restaurant until 1956. The following purchaser sold the goodwill to the University of Paris which opened there a restaurant for the staff of the Sorbonne from 1962 until 1993. The major part of the decoration survived but the restaurant did not benefit from the special care allotted to luxurious restaurants.

The complete renovation of the Bouillon Racine took place in 1996 thanks to the Compagnons du Tour de France. It then called upon old expertise of almost lost techniques and skills. Bevelled mirrors, painted opalines, stained glass, carved woodworks, marble mosaics and gold-leaf lettering provide the public with the pleasure of a rich place, as much by its beauty as by its conviviality. It was subsequently classified as an Historic Building.

Popular culture

See also; Chez Chartier

Video; Chartier restaurant Paris (French); Books; Matthieu Flory/Clémentine Forissier: Restaurants, brasseries et bistrots parisiens. Editions Ereme, Paris 2007, pp. 82–85, ISBN 9782915337471; and; Jean Colson/Marie-Christine Lauroa (Eds.): Dictionnaire des monuments de Paris. Editions Hervas, Paris 2003, ISBN 2-84334-001-2 

References

1) French Ministry of Culture and Communication – Historic monuments Reference PA00088899 (Base Mérimée) – Bouillon Chartier, 7 rue du Faubourg-Montmartre; 2) French Ministry of Culture and Communication – Historic monuments Reference PA00086515 (Base Mérimée) – Chez Julien (formerly, a Bouillon Chartier), 16 rue du Faubourg-Saint-Denis; 3) French Ministry of Culture and Communication – Historic monuments Reference PA00088661 (Base Mérimée) – Le Vagenende (formerly, a Bouillon Chartier), 142 boulevard Saint-Germain; 4) French Ministry of Culture and Communication – Historic monuments Reference PA00088667 (Base Mérimée) – Bouillon Racine, 3 rue Racine; 5) French Ministry of Culture and Communication – Historic monuments Reference PA00088659 (Base Mérimée) – Bistrot de la Gare (formerly, Restaurant Rougeot), 59 boulevard du Montparnasse; 6) La vengeance du Juif, L’Ouest-Éclair, 27 May 1926, p.3: External links; Restaurant Chartier; Bouillon Racine; Le Grand Colbert; Restaurant le Court-Bouillon; Au Bouillon Normand; Bouillon Bilk; Restaurant Le Vagenende.

Article by: ASEAN blogger.

ABOUT: the OPERA “Giulio Cesare” act 1

After the overture, the entire cast, except Giulio Cesare, gathers on stage for the opening chorus. (Chorus: Viva, viva il nostro Alcide). Giulio Cesare and his victorious troops arrive on the banks of the River Nile after defeating Pompeo’s forces. (Aria: Presti omai l’Egizia terra). 

FORMAT-1Pompeo’s second wife, Cornelia, begs for mercy for her husband’s life. Cesare agrees, but on the condition that Pompeo must see him in person. Achilla, the leader of the Egyptian army, presents Cesare with a casket containing Pompeo’s head. It is a token of support from Tolomeo, the co-ruler of Egypt (together with Cleopatra, his sister). Cornelia faints, and Cesare is furious about Tolomeo’s cruelty. (Aria: Empio, dirò, tu sei). 

Cesare’s assistant, Curio, offers to avenge Cornelia, hoping that she will fall for him and marry him. Cornelia rejects the offer in grief, saying that another death would not relieve her pain. (Aria: Priva, son d’ogni conforto). Sesto, son of Cornelia and Pompeo, swears to take revenge for his father’s death. (Aria: Svegliatevi nel core). 

Cleopatra decides to use her charm to seduce Cesare. (Aria: Non disperar, chi sà?) Achilla brings the news to Tolomeo that Cesare was furious over the murder of Pompeo. Tolomeo swears to kill Cesare to protect his rule of the kingdom. (Aria: L’empio, sleale, indegno). Cleopatra (in disguise) goes to meet Cesare in his camp hoping that he will support her as the queen of Egypt. 

Cesare is amazed by her beauty. (Aria: Non è si vago e bello). Nireno notes that the seduction was successful. (Aria: Tutto può donna vezzosa). Meanwhile, Cornelia continues to mourn the loss of her husband. (Arioso: Nel tuo seno, amico sasso). Cornelia prepares to kill Tolomeo to avenge Pompeo’s death, but is stopped by Sesto, who promises to do it instead. Cesare, Cornelia and Sesto go to the Egyptian palace to meet Tolomeo. (Aria: Cara speme, questo core). Cleopatra now believes that as she has turned Cesare, Cornelia and Sesto against Tolomeo successfully, the scales are tipped in her favour. (Aria: Tu la mia stella sei). Cesare meets Tolomeo, who offers him a room in the royal apartments, though Cesare tells Curio that he expects Tolomeo to betray him. (Aria: Va tacito e nascosto). Tolomeo is fascinated by Cornelia’s beauty but has promised Achilla that he could have her. (Aria: Tu sei il cor di questo core). Sesto attempts to challenge Tolomeo, but is unsuccessful. When Cornelia rejects Achilla, he orders the soldiers to arrest Sesto. (Duet: Son nata a lagrimar).

Mint

Growing Mint: Tips at a Glance

  • Type = Edible herb
  • Lifespan = Perennial
  • USDA Zones = 3-11
  • Light = Sun or shade
  • Water = Well-drained soil
  • Care = Thrives on neglect
  • Design Tip = Container plant
  • Companions = Herbs, annuals
  • Peak Season = Summer

INSERT-MINT-1

Mint: A Field Guide

Mint is the beginner’s best friend: this aromatic herb will thrive in sun or shade, will grow with little water and less attention, and will come back year after year.

But mint does have a dark side: its strong root system can be invasive, so corral it in a container if you don’t have space for it to roam. Among our favorite Mentha cultivars (we like to brew tisanes with the plant’s fresh leaves) are potent Moroccan mint (M. spicata var. crispa), sweet spearmint (M. spicata ‘Spearmint’ ), and citrus-y pineapple mint (M. suaveolens ‘Variegata’). If mint is running rampant in your garden, remember: It’s easy to turn fresh mint leaves into dried mint. All you have to do is tie a string around a small bundle of mint stems and leave it in the open air for a week or two

BewarenBewaren

BewarenBewaren